EEN DIERBARE VRIENDIN (NRC)
Meisjes kunnen vanaf hun prille jeugd oefenen om vrouw te zijn. Mannelijke travestieten moeten het zonder die voorbereiding stellen. Hoe worden zij de vrouw die bij hen past?
Sonja staat me op te wachten bij de bushalte. Ze draagt een stemmig gebloemd complet, een lichtgrijs regenjack en hoge zwarte pumps. Haar huis ligt verscholen achter een stel perenbomen tussen de weilanden. Binnen is het gezellig. Misschien een beetje rommelig voor een vrouw op leeftijd, met stapels strijkgoed op een stoel middenin de woonkamer. Sonja zet koffie en schikt een dienblad met suikerpot en kopjes. ‘Een beetje melk van de koe van gisteren?" vraagt ze met een knikje naar een jumbopot Completa.

Sonja heet eigenlijk Hanno. Hanno is 57, sinds zes jaar gescheiden van zijn echtgenote, vader van een zoon en een dochter. Hanno gaat zoveel mogelijk als Sonja door het leven. Eigenlijk is hij altijd als vrouw gekleed, behalve op zijn werk. En in de dorpssuper, want Oudewater wordt nu eenmaal geregeerd door de SGP.

Sinds 1983 geeft Hanno toe aan zijn drang zich om te kleden. Dat moest eerst in het geheim, maar sinds zijn echtgenote weg is kan hij zich openlijk toeleggen op de finesses van het vrouw-zijn. Dat valt niet mee. Hanno vertelt over zijn dochter, die hij op haar vijftiende eindeloos zag experimenteren met make-up en verschillende soorten outfits. Jaloers was hij daarop.
Een goeie travestiet zie je niet.

Een vrouw heeft zo'n achttien jaar de tijd om vrouw te worden. In die periode kan ze onderzoeken wat bij haar past, welke kleuren flatteren, wat de ideale hakhoogte is. Mannen die op latere leeftijd ‘vrouw worden', moet het zonder die voorbereiding stellen. Ze zijn nooit een pubermeisje geweest dat met schade en schande, blunders en miskopen wijzer wordt en daarmee nog vertedering wekt ook. De veertigjarige man die overdag in een strapless feestjurk de straat opstapt, zijn pruik te groot, de lippen te rood, ontmoet onbegrip en lacherige reacties. Een goeie travestiet zie je niet heette dan ook een bundel interviews met travestieten uit 1995, verzameld door de onlangs overleden René Stoute, die zelf een groot deel van zijn leven als vrouw gekleed was.

Want anders dan het wijdverbreide misverstand wil doen geloven, zijn travestieten meestal niet de extravagante Uber-vrouwen zoals ze vaak in disco's en tv-programma's langs paraderen. Deze drag- queens, met hun lange valse wimpers, plateauzolen en wiegende heupen, zijn doorgaans homoseksueel. Maar het grootste deel van de travestieten (61,7 procent volgens een NISSO-onderzoek) is heteroseksueel en streeft naar een geloofwaardige, onopvallende vorm van vrouw-zijn. Dat gaat niet zomaar. Het ideaalbeeld dat jarenlang is gekoesterd, blijkt vaak niet haalbaar of te extreem.

Leven uit de koffer
Ook Annette/Herman heeft geen schroom om als man in een vrouwenzaak in woonplaats Alkmaar te vragen naar ‘een topje' voor bij een leren rok. Het is voor mezelf. Herman zit aan de lunch in een café in Amsterdam. Hij is gekomen ‘als man'. Dat is een groot verschil met de Annette die ik bij Mariposa ontmoette: niet alleen door de motorlaarzen en het kreukelige overhemd, maar vooral door zijn nonchalante gedrag. Herman eet met zijn ellebogen op tafel, Annette is een keurige dame. Herman rookt niet, Annette juist wel. Want dan kun je je handen zo prettig een houding geven en met schuin hoofd en getuite lippen om een vuurtje vragen.

Sinds vijf jaar geeft Herman zich weer over aan het omkleden. Toen hij tien jaar geleden zijn huidige vriendin ontmoette, heeft hij zijn hele verzameling vrouwenkleren in vuilniszakken op straat gezet in een poging ‘er vanaf te komen'. Maar zoals uit alle levensverhalen van travestieten blijkt, laat de behoefte aan vrouwelijkheid zich niet ontkennen. Tot afgelopen januari moest Annette ‘uit de koffer leven', zoals dat onder travestieten heet. In het geheim kleren kopen, ze aantrekken en na gebruik weer schuldbewust wegstoppen in een doos of koffer. Begin van dit jaar was Herman er slecht aan toe. Het dubbelleven viel hem zwaar. Hij heeft het toen aan zijn vriendin verteld, die opgelucht reageerde: 'Oh, is dat het. Ik dacht dat je van me af wilde.' Sindsdien liggen thuis de folders van de Etos en lingeriezaken voor hem klaar.

Herman ziet Annette als een afzonderlijk wezen. ‘Ze zou nu zo bij ons aan tafel kunnen schuiven', zegt hij. Als hij, zoals vorige zomer, op fietsvakantie is in Frankrijk, vraagt hij zich soms ineens af ‘hoe het met Annette zou zijn.' Ze heeft uitgesproken Annette voorkeuren. Voor de kleur blauw bijvoorbeeld en voor de liedjes van hitparade-zangeres Celine Dion, terwijl Herman van underground-bands houdt.

Een echt vrouwtje
Dat Annette zich tot zo'n duidelijk personage ontwikkeld heeft, komt door Hermans bezoeken aan Mariposa, een club voor travestieten in Amsterdam Osdorp. Mannen kunnen er kleding, make-up, pruiken etc. kopen en lessen volgen in opmaken. Visagiste en oprichtster Mary van den Brink en haar schoondochter Ilse Ruijs zien erop toe dat de mannen geslaagde vrouwen worden. Borsthaar is uit den boze, evenals véél te korte rokjes. Twee jaar geleden ontdekte Herman het bestaan van Mariposa. ‘Daar ben ik een echt vrouwtje geworden, met een naam en een karakter. Vroeger kon dat niet. Omdat ik niet wilde toegeven dat die kant bij me hoorde. Bij mijn eerste omkleedsessies kleedde ik me veel te overdreven. Panty's waren niet goed genoeg, het moesten zwarte netkousen zijn met jarretels. Hoge hakken, te korte rokjes. Ik was supervrouwelijk, op het hoerige af. Dat zou Annette nooit doen.'

Ondanks haar gedistingeerde voorkomen zal Annette in haar hart altijd het jonge meisje blijven dat opgewonden met een nieuwe mascara experimenteert. Op een zomerse namiddag zit een groepje vrouwen in een kring op de stoep bij Mariposa. Ze zijn warm gekleed voor het benauwde weer. Maar de panty's dienen om onrechtmatigheden op hun benen te camoufleren. De vrouwen zijn zwijgzaam, nippen van hun appelsap of cola. Af en toe wordt er een opmerking gemaakt over een nieuw paar schoenen, of over de voordelen van het fietsen over een opgebroken weg: 'Dan wippen je borsten zo lekker echt omhoog', zegt Barbara. Dennis/Denise komt aanlopen met een dun plastic zakje in haar hand. Met een ‘Oh, kon je het weer niet laten. Wat heb je nu weer gekocht?' wordt ze door de anderen begroet. John/José arriveert in halfornaat. Zonder pruik maat mét een sluike, zwarte plooirok en een glimmend truitje. Ze gaat binnen voor een spiegel zitten, Ilse doet de make-up. Terwijl Ilse met stevige vingerbewegingen de make-up opsmeert en een fijn cupidoboogje om José's bovenlip tekent, vertelt John/José over zijn vrouwelijke kant. Hij woont alleen in een nieuwbouwwijk van Zoetermeer en is na zijn werk altijd als vrouw gekleed. Dat wil zeggen: min of meer.

Geen cesuur van ‘voor' en ‘na' ‘Het kan een rok met een gewoon T-shirt zijn, en meestal maak ik me niet op. In John's leven is geen cesuur van ‘voor' en ‘na' de bekering tot vrouwenkleding. Hij droeg al lingerie in zijn puberteit. Stap voor stap ontdekt hij nieuwe terreinen van vrouwelijkheid. Onlangs nog liet hij gaatjes in zijn oren prikken. De vrouwelijke kant was in Johns leven nooit een probleem. Hij komt uit een vrijzinnig gezin in Rijswijk. José is meer het sportieve type. ‘Sinds ik bij Mariposa kom ben ik zelfverzekerder geworden. Daardoor voel ik me vrij om het vrouwelijke en het mannelijke steeds dichter bij elkaar te brengen. Ik kijk hoe ver ik kan gaan. Naar mijn werk draag ik een broek en een T-shirt maar ook oorknopjes, veel gouden ringen en blanke nagellak. Het valt niet meteen op, maar de oplettende kijker heeft het door.' Ilse poedert rouge op José's wangen en kijkt goedkeurend naar het natuurlijke resultaat. José wrijft voorzichtig in een oog. Ze zegt; ‘Ik heb als vrouw geen ideaalbeeld. Zolang ik mijn doel maar niet voorbijschiet.‘ Ilse borstelt stevig José's pruik uit. Terwijl John het krullerige haar bij elkaar houdt, trekt Ilse de pruik als een muts over z'n hoofd. Ik zou af willen van de categorieën "man" en "vrouw", zegt John/José. ‘Ze passen niet bij me. Mensen hebben zich altijd al afgevraagd hoe dat bij mij zat. Ik ben ambivalent. José zie ik zeker niet als een "ander wezen". Ze is de helft van mijn ik'. Bron: NRC Hester Carvalho freelance journalist (september 2000)

 
  • Hits: 6480